Telefoon: 0345-509060
E-mail: info@cvandillen.nl

lego2

Lego in een klas uitbundige pubers

Cobouw, 20 december 2013

Leden van de afdeling Utrecht van de Lighthouseclub ontwikkelden een project voor scholen waarin met een spel het bouwproces wordt nagebootst. De hoop is daarmee havo- en vwo-leerlingen enthousiast te krijgen voor bouw- en techniek georiënteerde studies.

Als bouwdirecteur met lego in een klas uitbundige pubers, Bart Mullink

Culemborg – Daar sta je dan. Met je serieuze verhaal op school voor een heel ander soort gezelschap dan je gebruikelijke gesprekspartners. “De eerste keer was hartstikke moeilijk”, klinkt vierstemmig. “Voor de sfeer onder pubers moet je openstaan.”

De vier stemmen zijn van de initiatiefnemers van een bijzonder onderwijsproject, onder de vlag van de Lighthouseclub regio Utrecht. Dit is een van de vijftig afdelingen van de Lighthouseclub, een landelijke vereniging voor leidinggevenden in de bouw. Het genoemde viertal bestaat uit Cees van Dillen van Bouwbedrijf Van Dillen, Pieter Weerd van riz Bouw, Ad van Luijt van Koop Bronbemaling en Fleur van Tol van de Advocaten van Van Riet.

Zij staken de koppen bij elkaar voor een plan om havo- en vwo-scholieren op een aansprekende manier kennis te laten maken met de bouw. Dat resulteerde in een project voor scholen bestaande uit een spel en een excursie, bestemd voor leerlingen van 4 havo en 5 vwo. Het spel duurt een ochtend, waarin de leerlingen het complete bouwproces van een woning naspelen met lego. Hierbij valt te winnen. Het wedstrijdelement moet helpen de leerlingen bij de les te houden.

Inzicht

De hoop is dat bij jongeren het inzicht groeit dat een bouw- of andere techniekstudie een uitstekend idee kan zijn. “Hiervoor helpt het ook als ze iemand kennen in hun omgeving die in de bouw werkt, bijvoorbeeld een familielid. Maar in veel gevallen ontbreekt het daaraan”, ziet Van Luijt. “Wat niet wil zeggen dat ze dan geen goede kijk op de bouw kunnen hebben.” Dat bleek bijvoorbeeld, licht hij toe, uit een antwoord van een leerling op de vraag waarmee je moet beginnen als je een huis wil bouwen. Het gaf een scherpe draai aan een discussie of het proces begint met een bestemmingsplan of met de grondaankoop. “Deze leerling zei: je moet eerst kijken waaraan behoefte is.” Van Dillen haakt in: “Hadden grote bouwbedrijven dat inzicht vijf jaar geleden maar gehad.”

Uitrol

Na een tijdje proefdraaien ligt een kant-en-klaar programma gereed. Komend jaar volgt de verdere uitrol van het programma in de regio Utrecht. Het zou mooi zijn als dan nog een aantal van de vijftig Lighthouse-afdelingen met het scholenproject aan de slag gaan. Na het spelen van het spel ’s ochtends volgt ‘s middags een excursie, een bezoek aan een bouwplaats in de buurt.

Legostenen vormen de materialen voor een te bouwen huis. Leerlingen gaan er in groepsverband mee aan de slag. Een door de school geselecteerd gezelschap van zestien leerlingen is goed voor vier groepjes. Elke groep krijgt een Lighthouse-begeleider. De leerlingen gaan aan de slag op basis van een bouwtekening. Ze maken een calculatie, kopen materialen in en als de voorbereiding erop zit, begint de uitvoering.

Net als in de echte bouwpraktijk, is vlug en goed waarom het draait. Het huis moet op tijd af zijn. Maar dat niet alleen. Faalkosten doen afbreuk aan de score en kunnen op allerlei manieren ontstaan. Door teveel inkoop, te weinig inkoop of een te late bestelling waardoor materialen niet op tijd arriveren.

Samenwerking

Samenwerking blijkt een belangrijke sleutel tot succes. Van Dillen: “We letten erop dat de groepen een gemengd karakter hebben. Dan functioneren ze het best. Havo en vwo door elkaar, jongens en meisjes. De eerste keer hebben we dat niet gedaan. Dan gaan vriendjes en vriendinnetjes bij elkaar zitten en de havo 4-leerlingen bij havo 4-leerlingen en vwo 5-leerlingen bij vwo 5-leerlingen.”

Toen dienden de voorbeelden zich aan van hoe het niet moet. “Zo was er een groep met haantjes, die allemaal zelf wilden bepalen hoe het moet. Dat werkt niet. Het gaat beter als je kiest voor een taakverdeling en daarover van tevoren afspraken gemaakt.”

Van Tol herinnert zich van de tweede pilot vooral een gemengde groep waarin een jongen qua slimheid ver boven de rest uitstak. “Het was heel mooi om te zien hoe de hele groep dat wist te benutten. Die jongen werd ingezet om te zorgen dat alle berekeningen perfect waren. Als in een groep leerlingen niet samenwerken, zagen we dat ook, dan bakte die groep er niks van, niet bij de calculatie en het huis kwam ook niet gereed.”

Bouwmaterialenhandel is in het spel een serieuze zaak. Op basis van hun calculatie doen de leerlingen hun bestellingen. Een van de Lighthouse-leden neemt de opdrachten aan. Voor verschillende producten gelden verschillende levertijden, die serieus worden nageleefd. In het ingedikte proces, dat in zijn geheel slechts een ochtend beslaat, staat voor elke week 1 minuut.

“Verhitte koppen”

op een gegeven moment riep een leerling tegen een van de Lighthouse leden: “Je bent een slechte leverancier.” Van Dillen kan er smakelijk om lachen. “Mijn collega had iets te laat geleverd. Het blijkt nog een hele kunst de levertijden goed bij te houden.” Tegelijk bleek ook het in acht nemen van correcte levertijden leerlingen soms slecht van pas te komen, met veel opwinding tot gevolg.

Van Dillen zag zijn kans schoon daarin nog eens extra te voorzien. “Bij wijze van grap bedacht ik: ik lever verkeerd. Kijken hoe ze daarmee omgaan. Dat heb ik geweten. Grote verontwaardiging. Ze spelen ontzettend fanatiek.”

“Met verhitte koppen”, valt Van Tol hem bij. Ze beschrijft hoe leerlingen ‘s ochtends vroeg nog het lokaal inliepen zoals je dat van leerlingen van hun leeftijd kunt verwachten. “Dit veranderde totaal toen het spelelement erin kwam. Ze gingen helemaal op in het spel. Werden fanatiek en eindigden met rode koontjes.”

De leerlingen strijden zoals gezegd in teamverband. Kleine prijzen (vuurtorens) zijn er voor de winnaars. Maar zo’n beloning blijkt amper nodig. De teams wedijverden al volop met elkaar in enthousiasme, merkt De Weerd op. “Ze zaten op een gegeven moment bijvoorbeeld niet langer aan de tafels maar stonden.”

Bus

De lunchpauze die de afloop van het eerste gedeelte van het programma volgt, biedt gelegenheid om af te koelen. Hierna staat een bus klaar voor het middagprogramma. Dan ontstaat, zag het viertal, een soort schoolreisjesgedrag. “Gezellig keten. Maar zo gauw ze op de bouwplaats kwamen, was er weer serieuze aandacht. Heel boeiend. Terug in de bus was het gelijk weer gezelligheid geblazen.”

De bedoeling is dat het middagprogramma aansluit bij het ochtendprogramma. Zo kan een uitvoerder vertellen hoe hij zorgt dat hij geen beton overhoudt door een zogeheten sluitvracht te bestellen. De omvang van de laatste levering is dan flexibel.

Net als in de klas, werd op de bouwplaats geïllustreerd dat bouwen samenwerken is. Natuurlijk hebben we werkvoorbereiders, calculator en architecten nodig en mensen die met hun handen kunnen werken. Allemaal. We zien daartussen graag zo weinig mogelijk hiërarchie.” Hopelijk draagt het scholenproject eraan bij dat meer havo- en vwo leerlingen enthousiast raken voor de bouw.